Nieuwe Haagse School – Bovenal Vrij

Nieuwe Haagse School – Bovenal Vrij

‘Bovenal vrij’ wilden ze zijn, de schilders en beeldhouwers van vlak na de Tweede Wereldoorlog: de ‘Nieuwe Haagse School’. Géén dogma’s, niet te veel theorieën, niet vastleggen op figuratief dan wel abstract werk. Er telde maar één ding, en dat was dat je karakter tot uiting kwam in je werk. ‘Zoals de vogels zingen’, zei Paul Citroen, ‘zo moeten we werken’. De één teer en fijnbesnaard, de ander brutaal en luidruchtig. Ook voor radicale expressie was ruimte.

Van Jan Cremer tot Co Westerik, Willem Hussem tot Herman Berserik, Piet Ouborg en Wim Sinemus, Lotti van der Gaag en Jenny Dalenoord tot Max Velthuijs, Paul Citroen, Gerard Fieret en Jan Snoeck: de kunstenaars kenden elkaar bijna allemaal. Ze kwamen bijeen binnen kunstenaarsgroepen als Verve, Fugare en de Posthoorngroep of zagen elkaar op de twee Haagse academies en in de kroegen.
Veel vrouwen, tot nu toe vaak onderbelicht, waren actief als kunstenaar. Quirine Collard, Christa van Santen en Julie van der Veen waren op exposities te zien of manifesteerden zich in het Haags Gemeentemuseum. De verbindende factor tussen allen was kunstschilder en mega-organisator Jan van Heel, samen met museumdirecteur en bestuurder Victorine Hefting.

‘Bovenal vrij’ was niet zomaar een uitspraak, maar een gevoel, een levenshouding die tot in de haarvaten van de Haagse kunstwereld en haar bestuurders was doorgedrongen.

Auteur Saskia Gras baseert haar bevindingen op gedegen literatuur- en archiefonderzoek. Dit naslagwerk biedt een uitgebreide, frisse en kleurrijke blik op de diversiteit van de Haagse beeldende kunst in de periode 1945-1975. Vormgeving door Cees van Rutten.

Bestel hier via WBooks