Vrije Academie (1954-1964)

Vrije Academie (1954-1964)

In 1954 verhuisde de Vrije Academie naar een oud schoolpand op de Hoefkade 101, een grotere ruimte met meer mogelijkheden, vooral op het gebied van de fotografie. Een echte fotovakopleiding kwam tot stand en een betere werkplaats voor keramiek werd ingericht. De academie ontwikkelde zich tussen 1954 en 1964 tot een instituut met zeshonderd leerlingen. Legendarische docenten waren Nol Kroes, Aat Verhoog, Co Westerik, Max Velthuijs en Ber Mengels.

In de loop van de jaren vijftig werd de onderwijsfilosofie steeds meer beïnvloed door het existentialisme. Spontane expressie werd het belangrijkste uitgangspunt. Elke spontane uiting van een individu is waardevol, zo was de gedachte. Een kunstwerk moest ‘echt’ en ‘authentiek’ zijn.

Nieuw op de Hoefkade was ook de Kinderclub, opgezet naar voorbeeld van de Amsterdamse Werkschuit.

Begin jaren zestig ging Livinus zich steeds meer bezighouden met zijn vrije werk, zijn lichtexperimenten: de photopeinture en de lumodynamische machine. George Lampe, die in 1958 als docent was aangesteld, werd benoemd als adjunct-directeur.